banner

Afstuderen op Streuvels

Bibliografie van de vroege jaren (1934-1955), met aanvullingen en correcties op de periode 1956-1996.

Edward Vanhoutte

edward.vanhoutte@kantl.be


In een vorige bijdrage aan het Jaarboek VI van het Stijn Streuvelsgenootschap[1] inventariseerde ik de licentiaatsverhandelingen en doctorale dissertaties over (het werk van) Stijn Streuvels uit de periode 1956-1996. Die periodisering werd gedicteerd door de voorhanden zijnde lijsten 'van de aan de Belgische universiteiten voorgelegde licentiaatsverhandelingen en doctorale dissertaties op het gebied van de Nederlandse literatuurgeschiedenis en de literatuurwetenschap' die jaarlijks gepubliceerd werden in Spiegel der Letteren, en de rubriek 'Gepromoveerd' uit Dokumentaal. Ondertussen verzamelde ik aanvullende informatie over de voorafgaande periode vanaf het instellen van de graad van Licentiaat in de Letteren en Wijsbegeerte (Germaanse filologie) aan de Belgische universiteiten in 1934. Hiervoor excerpeerde ik voornamelijk het systematisch overzicht van de aan de Belgische universiteiten voorgelegde verhandelingen[2] (1934-1975) dat door Ada Deprez werd gepubliceerd in 1976, en doorzocht ik de on-line catalogi van de universiteitsbibliotheken. Op die manier kwamen een drietal foutjes in de vorige lijst aan het licht, en werd die lijst uitgebreid met vijf verhandelingen.<:p>

Eerst wordt de bibliografie 1934-1955 gepresenteerd, gevolgd door de aanvullingen op de bibliografie 1956-1996, en enkele correcties op die laatste lijst.

De bibliografie is alfabetisch gerangschikt op naam van de auteur. Voor een snelle consultatie worden de onderwerpen van de verhandelingen in het vet afgedrukt: hetzij titels van Streuvels' werken die in de titel van de verhandeling vermeld worden, hetzij een ander kernwoord uit de titel. Achtereenvolgens vindt de gebruiker de naam en voornaam van de auteur, de titel van de verhandeling, en de universiteit waar en het academiejaar waarin de verhandeling werd verdedigd.

De bibliografie wordt gevolgd door een korte statistische analyse van de beschikbare gegevens van zowel de bibliografie 1934-1955 als de volledige lijst 1934-1996.

Bibliografie 1934-1955

Bibliografie 1956-1996: aanvullingen

Bibliografie 1956-1996: correcties

Analyse van de gegevens

In de periode 1934-1955 werden er slechts aan twee universiteiten verhandelingen over (het leven van) Streuvels voorgelegd, namelijk aan de unitaire universiteit van Leuven en de Université de Liége (figuur 1). Opmerkelijk hierbij is dat na deze overtuigende belangstelling voor het werk van Streuvels in Luik, de Streuvelsstudie blijkbaar geheel uit het aandachtsveld van de opleiding Nederlands aan deze universiteit verdween: voor de periode 1956-1996 tekenden we geen enkele eindverhandeling op.

Unitaire universiteit Leuven 3
Université de Liège 6
fig. 1: Aantal eindverhandelingen per universiteit 1934-1955.

Samen met de aanvullingen op de lijst 1956-1996, met de opsplitsing van de unitaire universiteit van Leuven in de KU-Leuven en de Université Catholique de Louvain vanaf het academiejaar 1967-1968, krijgen we het volgende bijgestelde overzicht (figuur 2):

KU-Leuven 44
Universiteit Gent 8
Université Catholique de Louvain 6
Université de Liége 6
Unitaire Universiteit Leuven 5
Université Libre de Bruxelles 5
Vrije Universiteit Brussel 2
Universiteit Antwerpen- UIA 1

fig. 2: Aantal eindverhandelingen per universiteit 1934-1996.

In totaal gaat het om 77 eindverhandelingen,[7] waarvan de vroegste verhandeling werd voorgelegd in het academiejaar 1935-1936. Een overzicht van de spreiding van de eindverhandelingen in de tijd (figuur 3) toont dat, hoewel er aan de Belgische universiteiten reeds vroeg belangstelling was voor het werk van Streuvels, er onmiddellijk na de oorlog voor een periode van negen jaar (1948-1957) geen enkele eindverhandeling op het gebied van de Streuvelsstudie werd voorgelegd. Nochtans was de media-aandacht voor Streuvels in die periode groot. Hij ontving verscheidene eretekens, werd in 1952 voorgedragen voor de Nobelprijs, hij werd 80 en 85 jaar, en zijn Verzamelde Werken in twaalf banden werden voltooid in 1955. Vanaf 1957-1958 bemerken we een aarzelende en vernieuwde belangstelling, maar het zou toch duren tot na Streuvels' dood dat er op het eindverhandelingenfront volop aandacht kwam voor de auteur en zijn werk. In de periode 1970-1981 werd dik 63 % van de geregistreerde eindverhandelingen voorgelegd.

Op het gebied van de teksteditie en de variantenstudie is er – met uitzondering van de vijftiger jaren – steeds belangstelling geweest. Reeds in 1944-1945 werden Streuvelsí correcties voor de negende druk van Lenteleven bestudeerd, en aan de varianten in De Vlaschaard en Het leven en dood in den ast, werden telkens zelfs twee verhandelingen gewijd.

Ik herhaal de gedachte uit het slot van de vorige bibliografische bijdrage, dat nieuwe wetenschappelijk verantwoorde teksten met een minimum aan werk op basis van deze eindverhandelingen kunnen worden voorbereid. Op basis van die teksten kan ook in de 21ste eeuw de belangstelling voor het werk van Streuvels aan de Belgische universiteiten gevoed worden.

Noten



© Edward Vanhoutte, 2002.
This text was published as Edward Vanhoutte, 'Afstuderen op Streuvels: bibliografie van de vroege jaren (1934-1955), met aanvullingen en correcties op de periode 1956-1996.' in: Marcel De Smedt (ed.). 'Ik was een versnoekte kwâjongen in mijn tijd...' Jaarboek VII van het Stijn Streuvelsgenootschap. Tielt: Lannoo, 2002, p. 329-335 en 365.


XHTML auteur: Edward Vanhoutte
Last revision: 19/11/2003

Valid XHTML 1.0!